Hemispheres

Een stukje over mijn podium act als muzikant: Mensen die mij wat beter kennen zullen wel denken: “dat zal dan een héél kort stukje worden want Gerard hééft helemaal geen act”. Ooit heeft iemand tegen mij gezegd: “dát is nou juist jouw act”.
Hoe dan ook, ik bewoog weinig op het podium en straalde ook meestal vrij weinig uit wat er ooit toe leidde dat iemand aan Henriëtte vroeg: “heeftie d’r eigenlijk wel plezier in?”.
En áls ik dan eens bewoog op het podium ging het vaak mis. Zo ging ik een keer op de kabel van Wim (Back Out v2.0) staan (het draadloos spelen was nog niet doorgedrongen, niet voor elektrische gitaren tenminste), toen brak z’n plug af en daar bleef een stukje van in z’n gitaar steken en dat kregen we er met de grootste moeite weer uit.
Of die keer in 1994 toen ik tijdens mijn eerste optreden met Call My Job (bluesband uit Heeze) een fles bier omstootte die naast een stekkerdoos stond waardoor de stroom uitviel. Goed debuut Gerard!

Maar toen ik na een van de eerste optredens met Bon Scotch met huidige gitarist Michel stond na te praten kreeg ik te horen: “Het was goed maar je beweegt te veel!”. Serieus? Ja écht! Ben ik eindelijk eens een beetje op m’n gemak op het podium (daar heb ik toch zo’n 40 jaar over gedaan), is het wéér niet goed! Achtergrond: Cliff Williams, de bassist van AC/DC is nogal statisch, die zet echt geen stap teveel en schud alleen een beetje met z’n hoofd.

Maar goed, ik dacht op het moment dat Michel dat zei: “Ja dáág…dat ik bassist ben in een AC/DC tribute band wil niet zeggen dat ik me ook zo moet gedragen! Ik voel me eindelijk eens op m’n gemak op het podium en dat laat ik me niet ontzeggen”.
Overigens, Theodoor – mijn opvolger bij Bon Scotch – beweegt ook meer dan Cliff Williams, en dat moettie lekker helemaal zelf weten.








Reacties


Op Facebook kwam ik een recensie tegen van een plaat “Family Tree” van Black Stone Cherry. Deze:


Dat klonk dermate interessant dat ik dacht “die moet ik eens checken”. En na beluistering van het album kan ik zeggen dat ik niet teleurgesteld ben, in tegendeel.
Die omschrijving in de recensie klopt wel, al vind ik het wel wat overdreven, ik zou het nooit zo verwoorden. Ik houd het bij:
Heerlijke rockplaat, lekker ruig, heerlijke riffjes, lekker bluesy, jaarlijstjes materiaal.

Reacties

Platenzaakherinnering:

Op 21 December 1978 (21-12!) zakte ik voor m’n rijbewijs. Voor de derde keer. Om mezelf te troosten ging ik naar een platenzaak. Volgens mij Van Leest te Eindhoven maar dat weet ik niet meer zeker, zal wel een ‘rondje platenzaken’ geweest zijn, dat kon toen nog want er waren er vele in Eindhoven en ik deed vaak zo’n rondje: Van Leest, ELPEE, Bullit, V&D, Bijenkorf, Fonoshop (Zo’n piepklein 8 hoekig winkeltje op het 18 Septemberplein), Rambam (heel apart, daar verkochten ze spijkerbroeken én LP’s). Ik had een tijdje daarvoor in het programma op de Woensdagmiddag van Theo Stokkink een special gehoord over een band uit Canada genaamd Rush. Dat beviel me wel. Ik kocht hun laatste LP die toen net uit was. Dat was “Hemispheres”. Ik kwam thuis, zette de LP op en ben twee dagen bijna niet meer van m’n kamer af geweest, terwijl het vroor dat het kraakte en we boven geen verwarming hadden! Ja er stond zo’n straalkacheltje wat heel veel kabaal maakte. Dat was het begin van een levenslange liefde voor Rush. Inmiddels heb ik naast de LP ook de CD, digitale bestanden en ‘the cloud’ maar die LP koester ik. Ik draai die LP trouwens nooit. Ik draai trouwens zelden nog LP’s. Ook bijna nooit CD’s trouwens. Bij mij is de mate van genieten niet afhankelijk van productie of geluidskwaliteit of het medium waar het op staat. Maar dat is een ander onderwerp. Toch hebben platenzaken die nu nog bestaan sowieso mijn sympathie. Want platenzaken die nu nog het hoofd boven water houden zijn én liefhebbers én volhouders én niet gericht op veel geld verdienen.



Reacties

Als je regelmatig wat van mij voorbij ziet komen weet je misschien dat ik gefascineerd ben door bomen en vennetjes en meertjes. Als ik naar de parkeerplaats bij “Buitencentrum de Pelen” bij natuurpark “De Groote Peel” rijd zie ik regelmatig zo’n ven liggen. Vaak dacht ik dan: “dat moet ik eens wat beter bekijken”. Afgelopen Zondag kwam ik er langs tijdens mijn wandeling, stom toevallig omdat ik op goed geluk een weg ingeslagen was waarvan ik dacht dat het rechtdoor zou gaan maar die in plaats daarvan linksaf boog en zo kwam ik toevallig voorbij dat ven. Of eigenlijk is het niet meer dan een uit de kluiten gewassen poel. Maar het is er mooi en het stikt er van de vogels. Dus dacht ik: “hier moet ik nog eens terug”. Bijkomend voordeel: je kan vlakbij in een zijweggetje parkeren. Lekker rustig, in tegenstelling tot die officiële parkeerplaats bij “Buitencentrum de Pelen” waar het in het weekeinde, en zeker als het zulk mooi weer is, barstend druk is. En ik hou niet van die drukte. En er lopen daar geen hordes luid keuvelende wandelaars met jengelende kinderen. Wel zo prettig.

Dus ben ik vandaag eens terug gegaan, mét fototoestel (op zich niks bijzonders, dat heb ik namelijk praktisch altijd een bij) maar nu met mijn betere camera mét extra lens (dat is heel wat bijzonderder want ik háát dat gezeul met die spullen, dat is ook de reden dat ik een compactere camera had aangeschaft). Ik ben niet de enige die het daar mooi vind want ik zie daar heel vaak fotografen zeulen met hun spullen maar die hebben vaak gigantische telelenzen en statieven bij zich en hebben het geduld om héél lang te wachten tot ze dát ene shot kunnen maken. Dat geduld heb ik niet. Maar toch ben ik best tevreden over het resultaat, en dan heb ik het niet zozeer over die foto’s – ik heb wel eens mooiere gemaakt - maar meer over de bijbehorende wandeling in dat lekkere weer van vandaag.

Tijdens die wandeling kwam ik nog lotgenoten tegen met ook een camera om de nek. Dat schept een band. Toen ze mijn camera zagen vroegen ze of ik nog wat moois gezien had, mooie vogels bijvoorbeeld. Ik antwoordde bevestigend. “Wat voor vogels?” vroegen ze. Ik had werkelijk geen idee en wilde nog antwoorden “van die fladderende beesten met vleugels” maar kon me nog net inhouden en ik antwoordde – naar waarheid – dat ik veel van m’n vader geleerd heb maar dat kennis van vogels daar niet bij zit. 



Reacties

Mijn favoriete Golden Earring LP is het uit 1976 afkomstige “Contraband” met Eelco Gelling op gitaar. En “Bombay” is mijn favoriete single van de band maar “Sueleen” is een van m’n twee favoriete nummers van de band (het andere is “are You Receiving Me” van “Moontan”) met dat prachtige slide werk van mijnheer Gelling.
Het live album wat daarna verscheen is ook een favoriet maar de opvolger “Grab It For A Second” is dan weer minder: wat mij betreft vakkundig om zeep geholpen door die Amerikaanse producers. Alhoewel “Against The Grain” dan wel weer een mooi nummer is, alleen hoor ik liever de scheursax van mijnheer Borgers dan dat zoetgevooisde slijmgeluid van die ingehuurde Amerikaan. Maar goed, hierna zouden ze weer met z’n vieren overblijven en werd het nooit meer zoals het was, met een ‘kleine’ opleving in de jaren ’80 wat het uitstekende “Cut” met de hit “Twilight Zone” opleverde maar “N.E.W.S” vind ik dan weer minder. Aan de single “When The Lady Smiles” heb ik zelfs een hartgrondige hekel, als ik dat intro hoor gaat bij mij de radio uit.

Maar goed, Golden Earring met Eelco Gelling is mijn favoriete periode, op de voet gevolgd door de vroege jaren ’70 periode, zeg maar grofweg tussen “Back Home” en “Radar Love”.



Reacties

Vanmorgen reed ik in Geldrop door die wijk waar bijvoorbeeld ook “Hoog Geldrop” en “De Hertogenlaan” liggen, om een graafmachine die op het Emopad voor me zat te ontwijken (wat niet lukte want op de Eindhovense weg zat die weer voor me, maar dat is een ander verhaal). Je had daar vroeger een aantal zeer karakteristieke zogenaamde “patiowoningen”. In een van die huizen woonde “Nonkel John”. Wie? Komt dat schot…eeehhh…verhaal:

Zo rond 1974 speelden wij met ons bandje “Explosion” over oude radio’s als versterker met zelf in elkaar geknutselde speakerkasten: grote zelf getimmerde houten kasten, beschilderd met metaalverf en daar dan één speaker ingebouwd (die dan waarschijnlijk uit diezelfde radio kwam). Ja, die “wall of sound” hadden wij al vroeg vol. Maar echt klínken deed dat natuurlijk niet. Bovendien konden die versterkers zich maar niet los maken van hun verleden als radio dus we hebben op de gekste momenten de vreemdste talen door onze versterkers gehoord. Dat kón een stuk beter. Dat vond ook een oom van drummer Piet-Hein die wel eens kwam kijken. Die oom - “Ome John” – was vroeger muzikant geweest op de Holland-Amerika lijn  en “die had er verstand van” en hij wilde ons wel helpen door geld voor te schieten, maar daar moesten we dan wel voor werken. Dat vonden wij geen probleem. Ome John, door ons steevast “Nonkel John” (naar ene "Nonkel Nol" of zo uit de toen populaire serie “De Witte van Zichem”) genoemd, alsie niet in de buurt was tenminste, had net een pand op de Nieuwendijk in Heeze gekocht (waar later “The Muddock” zou komen) en daar moest het een en ander gebeuren. Wij daar aan het werk (nou ja, moe zijn we daar niet geworden, wel hebben we van alles uitgevreten met stopverf waar stopverf niet voor bedoeld is, zoals nepdrollen draaien en op het fietspad leggen) en na een tijdje hadden we het een en ander bij elkaar. Nonkel John sponsorde nog wat (nee, niet álle sponsordeals liepen verkeerd af) en we togen met Nonkel John naar Eindhoven om wat apparatuur aan te schaffen. We? Nee, hún…want nét toen zat ik met een gebroken been thuis. Ze kwamen terug met – volgens mij – een Dynacord zangversterker met zuiltjes, een Farfisa keyboard versterker waar je ook twee gitaren op kon aansluiten en een échte elektrische gitaar (daarvoor waren het akoestische gitaren met zelf ingebouwde elementen, volgens mij van Schaller), zo’n druppelvormige Egmond of een merk wat daarop leek. Alles tweedehands maar voor ons gloednieuw. We moesten nog wat terug betalen aan Nonkel John en hebben daar toen ook afspraken over gemaakt, maar op een gegeven moment was Nonkel John met de Noorderzon vertrokken. Ik weet niet offie nog leeft maar als dat zo is heeftie nog geld van ons tegoed.
Och…er volgde nog heel wat andere en heel wat betere apparatuur maar die eerste tweedehands spullen uit 1974 blijven toch wel heel bijzonder.

Reacties

Een tijdje geleden kwam Snowy White voor in een Facebook post van Alice Switser. We raakten aan de praat ( nou ja…’aan de praat’…je begrijpt wat ik bedoel) over de goede man. Zo hadden we het ook over z’n tijd bij Thin Lizzy. Dat we hem daar zo ‘niet zo op z’n plaats’ vonden en zo. En als ik de DVD die op de Loreley (Lang leve Rockpalast!) is opgenomen bekijk denk ik dat hij dat zelf ook vond. Het ongemak dat eruit spreekt als Phil of Scott in hun cliché Rock ’n’ Roll pose tegen hem aan komen leunen! Alsof hij denkt “wat ddé ik hier?” En deze bezetting komt er op de tweede (die blauwe) live plaat van Thin Lizzy – wat eigenlijk al een soort onofficiële afscheidsplaat is – bekaaid vanaf. Alle gitaristen behalve Snowy doen erop mee. Het zou me niet verbazen als dat z’n eigen keuze was.

Een paar jaar geleden zag ik ‘m in de Bosuil in Weert voor een handjevol mensen en ik dacht: “Ja wat dééd je daar eigenlijk bij Thin Lizzy?”

Maar de twee platen die hij met Thin Lizzy maakte kunnen dan wel niet tippen aan die met de bezettingen met Brian Robertson of Gary Moore, ze bevallen me een stuk beter dan wat er daarna met die vreselijke John Sykes verscheen (ik ben niet bepaald een fan van die ‘notenbreier’).
En op dit nummer van “Chinatown” hebben ze – zoals de titel aangeeft – ‘a good time’.





Reacties

Ik erger me kapot aan  al die ophef over social media en Facebook in het bijzonder.
Eerst maar even over mezelf: Er zijn wel eens mensen geweest die mij een ‘Facebook-verslaafde’ noemden. Nou, ik heb enige ervaring met het hebben van een verslaving en ook met het ontkennen ervan en neem van mij aan dat ik niet verslaafd ben aan Facebook.
“Zou je zonder kunnen?” wordt dan gevraagd. Ja hoor, ik zou zonder kunnen. Ik zou ook wel zonder fototoestel kunnen maar de vraag is of ik dat fijn vind. De vraag (aan mij) zou dus moeten zijn: “Zou je zonder Facebook wíllen?” Dan is het antwoord: “Nee, liever niet maar als het moet overleef ik het wel”.

Dan die ophef er rondom heen.
Al die – bekende en onbekende – mensen die met veel bombarie aankondigen van Facebook af te gaan. Verwachten ze nou dat ik ga zeuren: “Ach nee! Alsjeblief niet”. Rot toch op! Als je er vanaf wil, gá dan gewoon en maak er niet zo’n punt van. En dat Lubach oproept om van Facebook af te gaan is voor mij eerder een reden om te blijven maar dat zal wel een afwijking van mij zijn.
En dan al diegenen die zich heel wat vinden omdat ze niet aan Facebook mee doen zoals ‘het plebs’. Het doet me een beetje denken aan de mobiele telefoon: Eerst had je die lui die zich heel wat vonden omdat ze een mobiele telefoon hadden en nu die inmiddels gemeengoed geworden zijn heb je die lui die zich heel wat vinden omdat ze er géén hebben. Pfff…
En wat die privacy betreft: degenen die daartegen te hoop lopen zijn misschien wel dezelfden die klakkeloos elk openbaar WIFI netwerk gebruiken voor…ja waarvoor eigenlijk?...en misschien wel allerlei zogenaamd ‘slimme’ apparaten in huis hebben, waarmee niet alleen jij zélf inzicht hebt in wat je allemaal uitspookt.
Wat die privacy betreft: die ís al weg. Je kan ook je locatie uitzetten. Wat Facebook (of google of…ja wat?) dan nog van je te weten komt heb je alleen in de hand als je dezelfde tablet gebruikt als Mozes een eeuwigheid geleden volgens de bijbel gebruikte.

En dan dat Facebook je ‘dwingt’ om steeds maar je berichten te checken middels dat rode icoontje? Kom nou..dat is simpel op te lossen door de snelkoppeling van je hoofdscherm af te halen waardoor je actief naar Facebook moet gaan om je nieuws te checken. Geloof me, daar is niks dwingends aan en je mist geen enkele update.

En dan dat Mark Zuckerberg bakken met geld zou verdienen aan ons surfgedrag. Ja, nou en? Ik hoop dattie er heel gelukkig mee wordt al betwijfel ik dat.

Ik zou zeggen, gebruik gewoon je eigen gezonde verstand en loop niet zo klakkeloos achter anderen aan, of dat nou Zuckerberg, Lubach of Prins Carnaval is.











Reacties (3)

Een “zelfgekozen levenseinde” en “voltooid leven” is de laatste tijd nogal in het nieuws. Jaren geleden ging het al over de zogenaamde “pil van Drion”. En nu gaat het weer regelmatig over een poedertje dat je dan bij wijze op je nachtkastje hebt liggen. Het idee dat je er op een zelf gekozen moment zonder al te veel problemen uit zou kunnen stappen zou mensen rust geven. Dat zal voor sommige mensen best waar zijn, maar ik hoor daar niet bij.
Mij lijkt het allemaal te makkelijk. Maar goed, wat iemand daarvan vindt moet iedereen zelf maar weten, daar heb ik geen mening over. Maar ik wil er wel wat over kwijt wat alleen op mezelf betrekking heeft:

Als ik zo’n poedertje had gehad dan was ik namelijk inmiddels al bijna 5 jaar dood.
Maar ik hád geen poedertje. Ik had een infuus in mijn arm. Dat trok ik eruit maar in een mum van tijd stond er al iemand aan mijn bed om een nieuw infuus in te prikken. Maar dat trok ik er ook uit. Dat herhaalde zich een paar keer.
Die tijd 5 jaar geleden is een soort brij in mijn herinneringen maar dit weet ik nog vrij goed.Ik weet ook nog dat ik op een gegeven moment besloot om de strijd aan te gaan.
Die strijd duurt nog steeds voort en zal ook door blijven gaan. Ik leerde – en leer nog steeds – kwaliteiten  van mezelf kennen waar ik geen idee van had. Alles is minder geworden maar dat is een meerwaarde van de laatste 5 jaar. Maar het belangrijkste is wel dat ik me inmiddels realiseer dat het de moeite waard is.

Kortom, ik ben blij dat ik geen poedertje had.  







Reacties

Deze plaat stond al heel lang op mijn lijstje maar steeds dacht ik: “Dat komt nog wel”. En eerlijk is eerlijk… Ik hoorde zóveel goeie verhalen van verschillende mensen met verschillende muzieksmaken dat het mij een beetje wantrouwig maakte. Want in dat wantrouwige brein van mij kan dat twee dingen betekenen:

Óf het is écht zo’n goeie plaat,
Óf het heeft van alle stijlen wel wat dus gemiddeld is het niks maar iedereen wíl het zó graag geweldig vinden.

En ik neigde sterk naar het tweede maar ik moet bekennen dat het eerste het geval is.
Ik hoor regelmatig twee soorten kritiek op huidige progbands: sommigen vinden het metal-aandeel steeds groter (té groot) worden en sommigen vinden het vaak M.O.T.S (vraag maar aan Alice Switser wat die afkorting betekent). Ik begrijp die kritiek wel al vind ik dat eerste punt helemaal geen probleem. Ik hou wel van een stevige portie metal in alle muziek en zeker in progresive rock al is dat dan weer wat anders dan een liefhebber zijn van progmetal. Dat vind ik vaak vervelende volgepropte muziek, maar daar gaat het nu niet om.


Beide kritiekpunten zijn op “Remedies” van Soup sowieso niet van toepassing. Het bevat wel heel veel ingrediënten uit reeds bestaande muziek maar een goed gerecht is meer dan een optelsom van de ingrediënten. En dit is een heel goed gerecht.

En ik werd ook negatief beïnvloed door de naam van de band. Want of het nou over muziek gaat of over het weer, een associatie met soep is zelden positief. Maar dit is heel lekkere soep.

Trouwens, wat hebben die Noren toch met soep?








Reacties
Diverse linkjes
Oud weblog Millstreet Blues

Mijn Facebook pagina

Website Bon Scotch

3 Horns music Site van m'n broer Hans, componist, arrangeur, dirigent en muziekdocent

HBL Fotografie Hannie Berkers, schoonzus, fotografe

BLAST Blues Promotion